Konijnen

Konijnen en andere kleine dieren zijn gevoelige dieren en kunnen minder weerstand bieden tegen ziekte. Controleer uw konijn daarom dagelijks, houdt het gedrag en hoeveelheid voer goed in de gaten en schakel tijdig de dierenarts in om erger te voorkomen.

Konijnen zijn vaak moeilijke anesthesiepatiënten.
Wist u dat wij speciale buisjes hebben om konijnen te kunnen intuberen? Intuberen houdt in dat wij een siliconen buisje ('V-gel') over de luchtpijp plaatsen tijdens een operatie. Zo kunnen wij uw konijn extra zuurstof geven tijdens de behandeling, veilig gebruik maken van gasnarcose en zelfs beademen als dat nodig is, zo kunnen we uw konijn veel beter en veiliger behandelen.

Ook voor gebitsbehandelingen van konijnen en knaagdieren hebben we speciale apparatuur in huis.

Zwergkaninchen baby

Castratie en sterilisatie van konijnen

Konijnen zijn op een leeftijd van ongeveer 3 maanden geslachtsrijp en kunnen dan voor nageslacht zorgen. Om dit te voorkomen kan het mannetje (rammelaar) gecastreerd worden. Het vrouwtje (voedster) kan gesteriliseerd worden. Maar ook bij 2 konijnen van hetzelfde geslacht kan er wat fout gaan: wanneer ze geslachtsrijp zijn kunnen ze gaan vechten, zowel mannetjes als vrouwtjes met elkaar.

De meest eenvoudige oplossing hiervoor is castratie van een rammelaar op jonge leeftijd, rond de 4 tot 6 maanden.  Naast geboortebeperking is er echter nog een goede reden om een voedster te steriliseren: bij ongeveer 75% van de voedsters ontwikkelt zich op een leeftijd van 6-7 jaar baarmoederkanker. Deze aandoening van de baarmoeder is in de meeste gevallen kwaadaardig en uiteindelijk dodelijk voor het konijn. Een sterilisatie van de voedster tussen 6 maanden en 2 jaar voorkomt het ontwikkelen van deze ziekte.

In tegenstelling tot honden en katten mogen konijnen gewoon blijven eten voor de operatie, ze mogen  niet nuchter zijn.


Myasis
Vliegenmaden (myasis) worden in de zomer gezien bij dieren met een vervuilde vacht door bijvoorbeeld diarree. De aasvlieg (groenglimmende vlieg) legt eitjes in de bevuilde vacht, uit de eitjes komen maden die onder de huid kruipen, zich voeden aan het konijn en daardoor ernstige schade aanrichten. Het konijn wordt letterlijk levend opgegeten. Om myiasis te voorkomen moet er voor gezorgd worden dat het konijn geen diarree krijgt en als dit toch gebeurd uw dier goed schoon gehouden wordt. Ook het konijnenhok binnen neerzetten kan belangrijk zijn om maden te voorkomen. Als u maden bij uw konijn constateert laat uw konijn dan direct door onze dierenartsen nakijken. De maden kunnen zich namelijk zeer snel verspreiden. De behandeling zal bestaan uit het verwijden van het vuil en de maden en het wassen van de wond met ontsmettingsmiddel. U krijgt een middel tegen myasis mee en een pijnstiller. Een konijn waar myasis te laat geconstateerd wordt, heeft grote kans hieraan te sterven.


Mijten
Mijten (schurft) veroorzaken jeuk en kaalheid. Huidonderzoek moet uitwijzen dat het om mijten gaat. Hierna kan een gerichte behandeling ingezet worden. Ook de andere konijnen uit het hok zullen nagekeken moeten worden op besmetting, aangezien deze aandoening zeer besmettelijk is.
Een konijn met oormijten (oorschurft) zal met zijn kop gaan schudden en heeft jeuk. In de oren zien we veel korsten en de oren kunnen pijnlijk zijn. Deze besmetting gaat ook over op andere konijnen.


Schimmel
Schimmel veroorzaakt milde jeuk, schilfers en haaruitval. Met een kweek moet duidelijk worden of het werkelijk om schimmel gaat. Hierna kan de behandeling gestart worden. Schimmel is zeer besmettelijk, dus controleer de andere dieren ook. Schimmel is een zoönose en kan dus ook overgaan op mensen.


Snot
Verkoudheid/snot wordt veroorzaakt door de Pasteurella bacterie. Bij het konijn zien we neusuitvloeiing, ademhalingsproblemen en ooguitvloeiing. Als het konijn niet behandeld wordt, kan dit kan overgaan in een longontsteking. Belangrijk ter ondersteuning zijn een goede ventilatie, hygiëne en het hok droog en uit de tocht te houden.


Maag-darmklachten
Maag-darmklachten als een dikke buik (gasvorming), dunne ontlasting (diaree) of geen ontlasting (obstipatie) kunnen ontstaan door plotseling verandering van temperatuur of voeding, parasieten (wormen, coccidiose), bacteriën enz. Konijnen die diaree hebben moeten op een rantsoen van hooi en water worden gezet. De natte voeding zoals fruit en groente moet tijdelijk achterwege gelaten worden. Hooi vormt altijd de basis van de voeding. Het is zeer vezelrijk en is essentieel voor een goede darmwerking. Door het dagelijks aanbieden van voldoende vers hooi is er minder kans op vorming van haarballen of plakpoep en andere maag-darmproblemen. Voldoende hooi betekent dat een konijn dag en nacht over hooi moet kunnen beschikken. Daarnaast adviseren wij om 20 gram konijnenvoer (biks) per kg te geven en maximaal 50-100 gram groenten per kg. Groenten als andijvie, witlof, broccoli en wortel zijn hiervoor geschikt, maar bouw de hoeveelheid die u geeft wel langzaam op.


Vaccinatie konijn

Er zijn twee ziektes waar we konijnen tegen vaccineren: myxomatose en RHD. Beide ziektes zijn dodelijk en kunnen snel verlopen. Wij adviseren daarom het volgende vaccinatieschema;

Jonge konijn (< 10 weken)
        Vaccinatie tegen RHD-2 vanaf 30 dagen oud, herhalen na 6 weken, daarna jaarlijks herhalen
        Vaccinatie tegen myxo-RHD op 5 weken leeftijd, jaarlijks herhalen

Konijnen (> 10 weken oud)
        Vaccinatie tegen RHD-2, jaarlijks herhalen
        Vaccinatie tegen myxo-RHD, jaarlijks herhalen

De vaccinatie tegen myxo-RHD geeft bescherming binnen 3 weken, de vaccinatie tegen het nieuwe RHD-2 virus binnen 7 dagen.


Myxomatose
Myxomatose is een virusziekte en kan worden overgebracht door de konijnenvlo, stekende insecten. Konijnen die besmet zijn worden traag, lusteloos en vermageren. Verder ontstaan er rond de ogen, de snuit, oren en anaalstreek weke bobbels (myxomen). Enige tijd later kleven de oogleden aan elkaar en ontstaat er pussige oog- en neusvloeing. Veel konijnen sterven aan deze ziekte. Als preventie zullen muggen geweerd moeten worden met b.v. horren. Ook kunnen konijnen worden beschermt met een jaarlijkse enting.


RHD
RHD (Rabbit Heamorrhagic Disease) is een virus dat van besmette dieren via mest wordt overgedragen. Dieren krijgen na 24 tot 48 uur na de infectie hoge koorts en daarna sterfte. We zien bij deze dieren benauwdheid, knarsen met de tanden en inwendige bloedingen van diverse organen. Deze ziekte heeft een bijzonder snel en dodelijk ziekteverloop. Naast de gebruikelijke jaarlijkse vaccinatie tegen myxomatose en het reeds bekende RHD1-virus, dient een aparte vaccinatie twee keer per jaar tegen het RHD-2 virus (nieuw variant van het virus) gegeven te worden.